Bijbelse achtergrond
Wat is een seraf?
In Jesaja 6 verschijnen wezens rondom de troon van God die serafs worden genoemd. Maar wat zijn dat precies?
Serafs in de Bijbel
Het woord 'seraf' komt uit het Hebreeuws en betekent letterlijk 'de brandende'. Serafs worden in de Bijbel slechts op één plek expliciet bij naam genoemd: in Jesaja 6. Daar beschrijft de profeet een visioen van de troonzaal van God:
"Serafs stonden boven Hem; ieder had zes vleugels. Met twee bedekte ieder zijn gezicht, met twee bedekte hij zijn voeten en met twee vloog hij."
Jesaja 6:2
Serafs zijn hemelse wezens die rondom de troon van God staan. Ze hebben zes vleugels: twee om hun gezicht te bedekken — uit eerbied voor Gods heiligheid — twee om hun voeten te bedekken, en twee om te vliegen. Ze zijn geen decoratieve engelen op een wenskaart, maar machtige wezens die niet eens recht in Gods aangezicht kunnen kijken.
Hun roep aan elkaar — "Heilig, heilig, heilig is de HEERE der legerscharen" — is zo krachtig dat de drempelposten van de tempel ervan schudden en de tempel zich vult met rook. Ze zijn in zekere zin de herauten van Gods heiligheid.
Wat doen serafs?
In Jesaja 6 vervullen de serafs twee rollen. Ten eerste verheerlijken ze God voortdurend — ze roepen Zijn heiligheid uit aan elkaar en aan de schepping. Ten tweede treden ze op als bemiddelaars van Gods genade: één van hen vliegt naar Jesaja met een gloeiende kool van het altaar en raakt daarmee zijn lippen aan, waardoor zijn onreinheid wordt weggenomen:
"Zie, deze heeft uw lippen aangeraakt; uw ongerechtigheid is van u geweken en uw zonde is verzoend."
Jesaja 6:7
De seraf brengt geen troost in de sentimentele zin — hij brengt reiniging. En die reiniging komt van het altaar: de plek van offer en verzoening. Het is een krachtig beeld van hoe God Zelf de weg baant voor een zondig mens om in Zijn aanwezigheid te kunnen blijven.
Serafs en de heiligheid van God
Het bestaan van serafs zegt iets over wie God is. Dat er machtige hemelse wezens zijn die zelfs hun eigen gezicht bedekken voor Hem, laat zien hoe volkomen anders en verheven God is. De heiligheid van God is niet een eigenschap naast andere eigenschappen — het is de kern van wie Hij is.
Voor Jesaja is de aanblik van de serafs rondom Gods troon niet een inspirerende ervaring, maar een overweldigende confrontatie. Hij beseft dat hij, als zondig mens, niet zomaar voor deze God kan staan.
En toch — juist daar handelt God. Niet in oordeel, maar in genade. De seraf met de gloeiende kool is daarvan het teken.
Lees het volledige artikel over zonde en zondebesef
De seraf speelt een sleutelrol in het verhaal van Jesaja 6. Lees hoe dit verhaal ons iets vertelt over wie God is, wie wij zijn, en wat genade betekent.
Terug naar het artikel