Wie zijn leven verliest, zal het vinden

Ben jij bereid te sterven voor wat jij gelooft?
Geen retorische vraag. Een echte. De meeste mensen in West-Europa komen hem nooit echt tegen — maar voor de eerste christenen was het de meest gewone vraag van de wereld. En voor veel christenen vandaag de dag is dat nog steeds zo.
Een woord dat alles zegt
Het Griekse woord voor martelaar is martus. Het betekent: getuige.
Niet held. Niet fanaticus. Getuige.
Iemand die iets heeft gezien — en dat niet kan, of wil, verzwijgen. Al kost het hem zijn leven.
Dat is de sleutel tot het begrijpen van de eerste christenen. Ze werden geen martelaar omdat ze de dood zochten. Ze werden martelaar omdat ze de waarheid niet konden loslaten.
Christen zijn was levensgevaarlijk
De vroege christenen werden van twee kanten vervolgd. De Joodse religieuze leiders zagen de boodschap van Jezus als godslastering en een bedreiging van de gevestigde orde. En het Romeinse Rijk duldde geen beweging die weigerde de keizer als god te erkennen. Christenen weigerden dat — beide.
Stephanus — één van de eerste leiders van de vroege kerk — wordt voor het Sanhedrin gesleept: het hoogste religieuze gezag van Jeruzalem. Hij had kunnen zwijgen. Had kunnen buigen. Had kunnen leven. In plaats daarvan houdt hij een speech die zijn vonnis bezegelt. De stenen vallen op hem neer — gegooid door de Joodse raad en hun aanhangers. Zijn laatste woorden zijn een gebed voor zijn moordenaars:
"Heere, reken hun deze zonde niet toe." (HSV)
Handelingen 7:60
Stephanus was niet gek. Niet suïcidaal. Niet naïef. Hij had iets gevonden dat zwaarder woog dan zijn eigen leven.
Jakobus — broer van Johannes, één van de twaalf apostelen — wordt zonder proces onthoofd door koning Herodes Agrippa. Handelingen 12:2
De overige apostelen worden geslagen, gevangengezet, verboden te spreken. Wat ze dan doen, is misschien het meest verbijsterende detail uit het hele Nieuwe Testament:
"Zij dan gingen weg van het gezicht van de Raad, en waren blij dat zij waardig geacht waren, omwille van Zijn Naam smaad te lijden." (HSV)
Handelingen 5:41
Blij. Ze waren blij.
Dat is geen fanatisme. Dat is een innerlijke wereld die volledig anders is ingericht dan de onze.
Jezus vroeg dit expliciet
"Als iemand tot Mij komt en niet zijn vader en moeder, vrouw en kinderen, broers en zusters, ja, ook zijn eigen leven haat, kan hij Mijn discipel niet zijn. En wie zijn kruis niet draagt en achter Mij aan komt, kan Mijn discipel niet zijn." (HSV)
Lukas 14:26-27
Voor de mensen die dit hoorden, was een kruis geen religieus symbool. Het was een executie-instrument. Jezus zegt hier letterlijk: neem het instrument waarmee ze je kunnen doden, draag het, en volg Mij.
"Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis opnemen en Mij volgen. Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliest omwille van Mij, die zal het vinden." (HSV)
Mattheüs 16:24-25
Dat is de uitnodiging. Onversneden.
Vandaag de dag — wereldwijd
Voor mensen in Nederland klinkt dit misschien abstract. Maar voor meer dan 365 miljoen christenen wereldwijd is dit dagelijkse realiteit. In Noord-Korea, Iran, Nigeria, Afghanistan, China — landen waar het belijden van het christendom gevangenisstraf, marteling of de dood betekent.
Zij maken dezelfde keuze als de eerste christenen. Elke dag opnieuw.
"Want het leven is voor mij Christus en het sterven is voor mij gewin." (HSV)
Filippenzen 1:21
De vraag die je moet beantwoorden
Commandosoldaten die op een gevaarlijke missie worden gestuurd, schrijven vóór vertrek een brief. Niet als formaliteit. Als serieuze voorbereiding op de mogelijkheid dat ze niet terugkomen. Ze zetten zwart op wit wat ze willen zeggen aan de mensen van wie ze houden — voor het geval dat het de laatste keer is.
Die brief schrijf je niet als je denkt dat het allemaal wel meevalt. Die brief schrijf je als je de werkelijkheid recht in de ogen kijkt.
De keuze voor Jezus als Heer vraagt dezelfde ernst. Niet als dramatische pose, maar als eerlijke overweging: ik belijdt dat Jezus de Heer is, en ik ben bereid daarvoor te sterven als de situatie daarnaar vraagt. Dat is geen extreme gedachte. Het is precies de overweging die miljoenen christenen wereldwijd vandaag de dag maken — en die de eerste volgelingen van Jezus ook maakten. Wie die overweging niet serieus neemt, begrijpt misschien nog niet volledig waar hij of zij ja op zegt.
Dit is geen vraag die alleen gold voor de eerste generatie christenen. Door de eeuwen heen hebben gelovigen in elke tijd en op elk continent deze overweging gemaakt — van de vroege kerk in het Romeinse Rijk, via de geloofshelden van de Reformatie, tot de christenen vandaag in Noord-Korea, Iran en Nigeria. De omstandigheden veranderen. De vraag blijft dezelfde.
Ben jij bereid om voor Jezus te sterven als de situatie daarnaar vraagt?
In Nederland is die situatie er nu niet. Maar in een wereld die verandert, is het geen zinloze vraag. En voor de christen is het eigenlijk de meest fundamentele vraag die er bestaat — want het antwoord bepaalt of je geloof echt is of alleen comfortabel.
"Wees trouw tot de dood, en Ik zal u de kroon van het leven geven." (HSV)
Openbaring 2:10
Dit is geen religie voor mensen die het makkelijk willen hebben. Het is een uitnodiging van iemand die zelf de dood inging — en er doorheen is gekomen.
Martelaren zijn geen dwazen. Het zijn getuigen. Van iets dat sterker is dan de dood.
En de vraag is: wat doe jij met die getuigenis?
Wil je meer horen over christenen die vandaag de dag alles riskeren voor hun geloof? Op 2 juli is er een lezing van Open Doors in het Christelijk Cultuurhuis in Eerbeek. Spreker Elsa van Wessel deelt hun verhalen. Iedereen welkom — toegang gratis.
Benieuwd naar onze komende activiteiten? Bekijk de agenda of kom gezellig langs op een inloopmiddag in Eerbeek.
